Tekst ter bemoediging

Maandag 30 maart 2020 – week 5 van de veertigdagentijd

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (8, 1-11) aan:
“Jezus echter begaf zich naar de Olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichte hen. Toen brachten Schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt, terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?’ Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond.

Toen ze bij Hem aanhielden met vragen, richtte Hij zich op en zei tot hen: ‘Laat degene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen. Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden, dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw, die nog midden in de kring stond. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: ‘Vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld? Zij antwoorde: ‘Niemand, Heer.’ Toen zei Jezus tot haar: ‘Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.’

Het is goed, nu er meer en meer verontrustende berichten zijn over de zieken die besmet zijn met het coronavirus in onze eigen omgeving, stil te staan bij de bevrijdende kracht die van Jezus uitgaat bij het overwinnen van verstikkende en ondragelijke last. Velen onder ons, zonder gezondigd te hebben, besmet met de ziekte die ze zelf niet gezocht hebben, staan er reddeloos en verloren bij, misschien met een vreselijke gevoel van machteloosheid, zoals die vrouw die gebruikt werd door Schriftgeleerden en Farizeeën om Jezus te kunnen beschuldigen.

Verrassend

De vrouw staat daar verlamd van angst en Jezus staat in de ogen van de Schriftgeleerden schaakmat. Als Jezus zegt: “nee doe dat niet” dan overtreed Hij de wet van Mozes en blameert Hij zich zelf in de ogen van het volk daar bijeen. Het antwoord van Jezus is verrassend: “Wie zonder zonde is laat die als eerste een steen naar haar werpen.”
Schriftgeleerden en Farizeeën voelden zich op dat moment op heterdaad betrapt alsverkrachters van Gods wet. Niemand toch kan volhouden dat hij/zij nooit faalt, zuiver van geweten is?

Jezus laat zien dat hij mededogen heeft voor de menselijke zwakheid die na zijn falen kan staan uit zijn zonde. Jezus heeft vertrouwen in de mens en gelooft dat hij groeien kan in het volgen van Gods wegwijzers. Wij mensen worden niet ineens volmaakt. Versta je Gods wetten en geboden zoals de joodse overheid dat deed, dan moet je wel het leven als verstikkend ervaren, als een drukkende last. Het geloven wordt een gebodendienst, waaraan geen vreugde te beleven valt. Maar het inzicht dat Jezus ons geeft over de zin en betekenis van Gods geboden bevrijdt ons van die angsten en die verstikkende druk, van die ondraaglijke last.

Geluk

Niemand is zonder zonde. Jezus weet het, maar hij veroordeelt niet. Toen de oudsten weggegaan waren en Jezus alleen was met de vrouw liet hij haar gaan met de woorden:
“Zondig vanaf nu niet meer.” Voor de mens kun je mededogen hebben en hem vergeven. Het kwaad niet. Het kwaad zelf kan niet getolereerd worden. Het draagt niet bij aan je geluk.

Er zit nog een boodschap verscholen in dit evangelieverhaal. De vrouw staat in die kring als ‘dood’, staat er reddeloos en verloren bij. Niemand is eigenlijk echt in haar geïnteresseerd. Zij komt er niet op aan. Zij is slechts ‘een geval’, een middel om Jezus in verlegenheid te brengen.
Alleen Jezus is in haar geïnteresseerd, spreekt haar aan, veroordeelt niet. Nu staat er heel opvallend aan het begin: Het hele volk kwam naar hem toe. Het hele volk kijkt die vrouw aan.

Iets nieuws

Het hele volk kijkt in feite naar zichzelf, naar zijn eigen zondigheid, naar zijn eigen ontrouw, naar zijn eigen overspel. Het volk ziet als het ware in een spiegel hoe reddeloos en verloren het is. Maar Jezus ziet haar aan, ziet het volk aan en roept het toe met Jesaja: Denk niet meer aan het verleden, sla niet langer acht op wat voorbij is. Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: zie je het niet? Ik doe je opstaan uit je zondigheid, uit je verlorenheid waaronder je lijdt.

Zoals deze vrouw als het ware het leven terugkrijgt, mag opstaan en gaan zo mag het hele volk weten, wij, die daar op het tempelplein staan, wij mogen weten, dat ook wij mogen opstaan tot nieuw leven, uit ons falen, uit onze ontrouw jegens God en elkaar. Want daartoe ben ik in de wereld gekomen, niet om te oordelen maar om te redden.

Vergeving

Jezus gooit geen stenen en laat niet toe dat wij naar anderen stenen gooien. Het besef van ons eigen falen en zwakheden moet ons wel daarvan weerhouden. Wij allen delen in zijn vergevingsgezindheid. Hij eist ons leven niet op. Hij stuurt ons op weg met de woorden: Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, naar waar je woont, werkt, liefhebt en zondig niet meer.

Nog iets. Misschien komen ook bij u deze dagen de vragen waarom het coronavirus
duizenden mensen doodt, waarom deze besmettelijke ziekte ons teistert, en waarom wij überhaupt moeten lijden. Het antwoord is: we weten het niet. Hier samenhangend is de vraag voor ons in tijden van lijden of we kunnen geloven in God die wij niet begrijpen. En als het mysterie van het lijden onoplosbaar is, waar kun je je als gelovige in tijden als deze dan nog tot wenden? Voor ons christenen en wellicht ook voor anderen is het antwoord op die vraag: tot Jezus.

Bewogen

Jezus is voor ons het voorbeeld hoe we met elkaar moeten omgaan. Het spreekt voor zich dat als je zorgt voor iemand met het coronavirus je de juiste voorzorgsmaatregelen moet treffen, zodat het virus niet verder wordt verspreid. Maar voor Jezus was de vrouw die overspel pleegde, of iemand die ziek en stervend was de ‘ander’, niet iemand die ergens schuldig aan was maar vooral een mens.

Als Jezus iemand in nood zag – zoals uit het evangelieverhaal van vandaag – was zijn hart ’bewogen door medelijden’. Jezus is een voorbeeld voor hoe we in deze crisis voor de ander kunnen en moeten zorgen: bewogen door medelijden.

Gebed

Eeuwige en barmhartige God
we bidden U voor al die mensen in onze parochie en in de wereld
die hoop geven in deze moeilijke en bange dagen,
door de aandacht en oprechte zorg die ze schenken aan de mensen
in hun directe omgeving in het leven van alle dag.
Dat ze in Naam van Jezus Christus tekenen mogen zijn
van de weg van dood naar leven.
Amen.

Ivan Kantoci

 

Zaterdag 29 maart 4e week van de 40 dagen tijd

Psalmen- Liederen van God
Dit weekend zal Psalm 130 gelezen worden in de liturgie. Een Psalm over fouten maken, spijt hebben en een smeekbede om een nieuwe kans te krijgen van God.
Met de kinderen in de kinderwoorddienst volg(d)en we dit jaar het 40 dagenproject “De Psalmendichter- liederen van God”. Te vinden op www.kinderwoorddienst.nl
Ik geef u de versie van deze Psalm, geschreven door Marjet de Jong.

Psalm 130
Uit de diepste diepte roep ik naar U.
God, hoor me toch bidden en smeken.
Ik heb fouten gemaakt, Heer, dat weet ik.
Als U alle zonden gaat tellen
is er geen hoop voor mij, voor niemand.
Maar misschien wilt U ons vergeven,
geeft U mensen een nieuwe kans.
Ik kijk naar u uit, als een wachter
op een toren voor zonsopgang.
Bij U is liefde en ruimte,
bij God vind je altijd troost.
Ook al ben je heel fout geweest,
God geeft ons een nieuwe kans.

Enkele vragen die door kinderen gesteld zouden worden wil ik met u delen.
Hebben zij zelf wel eens iets fout gedaan waarbij ze een nieuwe kans hebben gekregen, of een nieuwe kans hadden gewild? Hoe vinden zij het zelf om een ander een nieuwe kans te geven?

Bij God kun je vragen of Hij je een nieuwe kans wil geven. Zou God je oneindig keer een nieuwe kans geven of zit daar ook een einde aan?
Ik daag u uit om deze vragen eens aan u zelf te stellen. En als u kinderen hebt de Psalm samen te lezen en eens te horen wat zij antwoorden op de vragen.
Psalm 130 is een bedevaartpsalm die gezongen werd op weg naar de tempel in Jeruzalem.
Om daar te komen moesten de pelgrims een flinke klim maken nadat ze al een lange reis achter de rug hadden. Al wandelend ga je nadenken. Misschien heeft u die ervaring zelf ook.
Nadenken over wat er gebeurt en je overkomt. In deze Corona-tijd is ‘een frisse neus halen’ zoals Mark Rutte het noemt ontzettend belangrijk. Buiten zijn, lopen en fietsen in de natuur, we gaan het extra waarderen nu we beperkt zijn in onze sociale contacten en veel thuis zijn.

Blik omhoog

Ik kan me zo voorstellen dat de pelgrims die deze Psalm zongen, een blik omhoog geworpen hebben naar het eindpunt, de tempel, het huis van God. Het doel was om dat te bereiken en daarmee God te ontmoeten. De schrijver van deze Psalm heeft zich misschien vertwijfeld afgevraagd of hij de ontmoeting met God wel waard was. Zijn fouten overziend zich afgevraagd of hij een nieuwe kans zou krijgen.
Ook wij zullen deze dagen wellicht vaker peinzend naar buiten en omhoog kijken.

Nadenken over wat ons overkomt. Ons afvragen hoe dit toch zo gekomen is en hoe lang dit nog gaat duren. Ik hoor veel mensen praten over de grenzen aan de maakbaarheid van alles waarin we leven. Je wordt nu ook meer met jezelf geconfronteerd. We storten ons op het online verbonden blijven nu de wereld onveilig is. Het internet biedt een veilige verbinding met velen en stelt ons in staat de controle zoveel mogelijk vast te houden op werk, school en privé.

Zon

Het zou de mensheid sieren, jou en mij om onszelf eens eerlijk af te vragen, net zoals de Psalmist dat doet in Psalm 130, waar onze fouten liggen. In het klein voor ons zelf, in relaties met anderen, maar ook groter in wat er gebeurt in ons dorp, stad en de wereld.
Op dit moment kijken wij in de wereld uit als een wachter op een toren naar betere tijden.
Hopend dat de zon op zal gaan en we zonder beperkingen elkaar mogen omhelzen en er op uit kunnen gaan.
Laat ons er op vertrouwen dat God ons mensen, jou en mij nieuwe kansen geeft. Laten we erop vertrouwen dat uit welke diepte je ook roept, Hij je zal horen.

Psalm 130,1-8
Antifoon: De Heer is steeds barmhartig, zijn genade opbeperkt.
Uit de diepte roep ik, Heer,
luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.
Als Gij zonden blijft gedenken,
Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U vind ik vergeving,
daarom zoekt mijn hart naar U.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Gretig zie ik naar Hem uit,
meer dan wachters naar de ochtend.
Meer dan wachters naar de ochtend
hunkert Israël naar Hem.
Want de Heer is steeds barmhartig,
zijn genade onbeperkt.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

Mariska Litjes Kind en Kerk

 

 

Vrijdag 27 maart

Jesaja 21,11-12: ‘Men roept mij uit de bergen: `Wachter, hoever is de nacht? Wachter, hoe ver is de nacht?’ De wachter antwoordt: `De morgen is gekomen, de nacht is voorbij’.

Wachter, hoe lang is de nacht? Dat roepen wij ook op heel veel plaatsen in de wereld. Hoe lang duurt de nacht van de beproeving nog die we te verdragen hebben in dit coronatijdperk.

Hoe lang zal het duren voordat we onze familie weer kunnen ontmoeten, elkaar een hand geven of een knuffel. Hoe lang duurt het nog voordat we weer naar de kerk kunnen gaan. Hoe lang voordat we weer naar ons werk kunnen gaan en de kinderen weer naar school.

Vele stemmen die vragen: Wachter, hoe lang is de nacht? Die vraag wordt tot twee maal toe gesteld. De vragen zijn angstig, bezorgd, ongerust. Het is niet duidelijk hoe lang de epidemie zal duren. Er zijn ook veel zorgen over hoe het gaat na de coronacrisis, hoe het gaat met de economie, met de werkgelegenheid. Veel mensen vragen, zoeken een antwoord, hoe ver is de nacht? Er is grote behoefte aan iemand die kan antwoorden. Activiteiten zijn gestopt, veel werk ligt stil, er is geen uitgaansleven meer, er zijn geen antwoorden. Hoe lang moet dit nog duren? Er is alleen maar stilte.

Jezus heeft in stilte elke dag tot ons gesproken. We horen zijn stem. Wie is Hij, vragen de Schriftgeleerden. ‘Hij is profeet’ zei de blindgeborene. Jezus is onze profeet, Hij laat ons zien! Wij ontdekken de profeet in de stilte van ons gebed en de wachter in de nacht die naast ons staat, de Zoon van God.

Deze dagen leiden ons naar de bekering tot, en de omkering naar Jezus en wij luisteren naar Zijn Woord. Hij heeft ons als persoon en ons als volk bewaakt. Hij laat ons nooit alleen achter. Hij heeft geen angst voor de besmetting van onze angst en kleinheid.
Deze tijd vraagt van ons gebed en het leren van Gods Woord. Matteüs schrijft: ‘Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt en voor wie klopt, doet men open’. Het is de tijd van het gebed. Paus Franciscus heeft ook opgeroepen om samen te bidden. In gebed zijn wij verbonden met elkaar, als parochianen, als een grote familie van mensen over de hele wereld.

God wil naar ons gebed luisteren. Wij moeten in ons gebed strijden voor de genezing van de wereld en de genezing van landen waar onmenselijkheid te vinden is.
De wachter waakt over de stad, ziet de pijn van de bejaarden en de zieken die geen bezoek
mogen ontvangen, ziet de pijn van de armen, van de dak- en thuislozen, de vluchtelingen. Ziet de pijn van de mensen die nu zonder werk, zonder inkomen zitten, in angst hoe het verder moet gaan. De wachter roept op tot bekering, roept op om terug te keren naar elkaar, om te keren naar de arme en de lijdende. Wachter, hoe lang duurt de nacht?
Jesaja beschrijft in hoofdstuk 52 een visioen van vrede: ‘Hoe welkom zijn op de bergen de
voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, van de vreugdebode met goed bericht die een boodschap van heil laat horen en tot Sion zegt: `Uw God is als koning gekomen!’

Eensgezind

Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, en jubelen eenparig, want zij zien met eigen ogen hoe de Heer naar Sion terugkeert. Breekt los in gejubel, allen tezamen, gij puinen van Jeruzalem; want de Heer bemoedigt zijn volk; Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer toont zijn heilige arm voor de ogen van alle volken, en de verste hoeken der aarde hebben het heil gezien dat komt van onze God’.

Laat de wachters niet alleen! Waar we ook zijn, wij moeten onze stem verheffen, wij moeten uitbarsten in een vreugdezang. De Heer is teruggekomen en troost zijn volk. De wachters roepen met de Heer samen. Wij zijn samen de wachters, eensgezind, in volhardend gebed met een blik die verder kijkt, de wachters van de stad en van de armen. De stad zal vernieuwen! In dat vertrouwen gaan wij op weg naar de Goede Week en Pasen.

Amen.

Ronald Dashorst

 

Donderdag 26 maart

Joh 5, 31-47
In die tijdsprak Jezus tot het volk: ‘Als Ik over Mijzelf getuig, dan heeft mijn getuigenis geen waarde.
Er is een Ander die over Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis die Hij over Mij aflegt geloofwaardig is. Gij hebt een gezantschap naar Johannes gestuurd en deze heeft getuigd voor de waarheid. Weliswaar behoef Ik de getuigenis van een mens niet, maar Ik zeg dit opdat gij gered zult worden. Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten, en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen.

De getuigenis echter die Ik bezit is waardevoller dan die van Johannes; want het zijn juist de werken die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen en die Ik ook volbreng, die van Mij getuigen, dat Ik door de Vader gezonden ben. Ook de Vader zelf die Mij zond heeft getuigenis over Mij afgelegd.

Eren

Zijn stem hebt gij nimmer gehoord noch zijn gestalte gezien, en zijn woord hebt gij niet blijvend in u, omdat gij Degene die Hij zond niet gelooft. Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist deze getuigen over Mij. En toch wilt gij niet tot Mij komen om het leven te vinden. Ik zoek niet door mensen geëerd te worden, maar Ik weet dat gij in uw hart geen liefde tot God hebt. Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader. En toch aanvaardt gij Mij niet.

Komt een ander in zijn eigen naam dan zult gij hem wel aanvaarden. Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt niet zoekt? Meent niet, dat Ik u bij de Vader zal aanklagen. Er is al iemand die u aanklaagt; Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld. Want als ge Mozes zoudt geloven zoudt ge ook Mij geloven, want juist over Mij heeft hij geschreven. Als ge niet gelooft wat hij schreef hoe zoudt ge dan geloven wat Ik spreek?’

Nabij

We lezen vandaag een stuk uit het Johannesevangelie. Johannes reflecteert op wie deze Jezus nu werkelijk is. Daardoor is Johannes soms wat moeilijk te begrijpen. Maar hij houdt Jezus ons voor ogen, als de Christus in wie we God ten volle mogen zien. In Jezus zien we Gods liefde en trouw. Gods liefde en trouw is ons heel nabij gekomen, in een mens.

Een filosoof, Kierkegaard zei eens. ‘Geloven in God, daar kunnen we ons nog wel iets bij bedenken. Immers kijk naar de bloemen op het veld, naar de vogels in de lucht en dieren op het land. Dit alles mogen wij toeschrijven aan een scheppende God. Maar Jezus accepteren als Degene die de weg opent naar God. Die de weg is de waarheid en het leven, dat is veel moeilijker. Dit vraagt om een sprong in denken die alleen maar vanuit het geloof is te begrijpen.’

Zoekende mensen

In deze weken voor Pasen lezen we stukken uit het evangelie die ons proberen te beschrijven wie de Christus is. Tenslotte aan ons om daar een antwoord op te geven. En als gelovig, maar ook kwetsbaar mens weet ik dat ik daar heel mijn leven over mag doen, met vallen en opstaan. Ook in mijn geloof voel ik soms de onmacht om me vast te houden aan die woorden van Johannes. Als gelovige mensen blijven we ook zoekende mensen. De woorden van Johannes ; ze zijn zo zeker, zo duidelijk over wie de Christus is, wat Gods liefde voor ons betekent. In die liefde , in dit vertrouwen, ik moet er ook in groeien elke dag opnieuw. Zeker ook op momenten wanneer het leven moeilijk en zwaar is.

Dierbaar

We leven in Moeilijke tijden, vele mensen worden ziek, er vallen zelfs doden. Het gevaar van het virus het komt steeds dichter bij. Er zijn nu ook parochianen die het gevaar van het virus, op dit moment, aan den lijve moeten ondervinden. Verschrikkelijk allemaal, zoveel leed en pijn. Ook ben ik geraakt door de pijn van mensen die niet meer met hun dierbaren in contact mogen komen, een oude zieke vader of moeder, een gehandicapt kind, broer of zus in het verpleegtehuis, die nu geen bezoek mag hebben van dierbaren vanwege het risico op besmetting. Je wilt juist deze kwetsbare Mensen die je zo dierbaar zijn, nabij zijn. Maar het kan niet. Hoe begrijpelijk en verstandig ook, het doet wel pijn.

Op zulke momenten voel je je onmachtig en is het moeilijk om te vertrouwen dat het goed komt. En dat is zeer begrijpelijk, want we hebben nu eenmaal niet alles in onze eigen hand. Maar toch met de kracht van het geloof in Gods liefde en het geloof dat Gods liefde in mensen werkt, mogen ook wij door deze moeilijke tijd heen komen. Dat we mogen blijven zien dat Gods Geest werkt in vele mensen die nu zorg dragen voor onze meest kwetsbaren. Over enkele weken vieren we Pasen, niet het lijden, niet de dood hebben het laatste woord, maar Gods liefde die leven geeft. Dat we zo ons geloof in Jezus, de Christus mogen blijven verstaan.

Gebed.

Goede God, versterk ons geloof in Uw Zoon.
Dat niet de angst, de onmacht, het lijden en de dood het
laatste woord hebben.
Dat we mogen groeien in vertrouwen en ons leven, juist op de moeilijke
momenten, in uw handen kunnen leggen.
Dat we in de zorg voor elkaar uw werkzame liefde zichtbaar mag worden.
Ook wanneer we de zorg voor onze dierbaren in de handen van andere mensen moeten leggen.
Heer kom onze vragen, onze twijfel, ons ongeloof tegemoet.

pastoor Hans Hermens

 

Maria Boodschap – 25 maart

Beste parochianen,
Deze dagen blijven wij veel thuis en krijgen wij persconferenties van de
overheid via televisie. Wij worden gevraagd om meer thuis te blijven en afstand
van elkaar te nemen.

Vandaag vieren wij het feest van Maria Boodschap. Jezus is God en mens.
Maria heeft Hem negen maanden in haar schoot gedragen. Jezus is geboren uit een vrouw. Een vrouw die Hem negen maanden in haar schoot onder haar hart heeft gedragen.

Elke vrouw die een kind ter wereld heeft gebracht, weet wat het betekent om een levend wezen in je te voelen groeien in die periode van negen maanden. En dat je hele lichaam daardoor zelf zichtbaar en voelbaar verandert.
Dat heeft Maria meegemaakt. Negen maanden vanaf deze dag tot de geboorte van Jezus die we met Kerstmis vieren. Ze heeft dit kind met liefdevolle gedachten omringd. En de boodschap van de engel heeft ze in haar hart bewaard en overpeinsd.

Unieke band

Als wij veel thuis zijn, mogen wij zoals Maria met liefdevolle gedachten onze gezinsleden omringen. Al in deze negen maanden is er een unieke band ontstaan tussen Maria en haar kind.

Wij leven ook in een unieke tijd van het leven. Door een epidemie zijn wij
gevraagd om thuis te blijven en te werken. Het is ook een moeilijke tijd omdat
wij eerst deze tijd van het leven moeten erkennen en hieraan wennen.

Een voorbeeld voor ons

Toen Maria hoorde dat zij zwanger zou worden door de Heilige Geest, was het voor
haar moeilijk om te aanvaarden. Zij heeft het in alle vertrouwen in Onze Lieve Heer aanvaardt. In de negen maanden is haar band met Jezus gegroeid.
Toen Jezus was geboren ontstak het licht van Christus voor haar en voor de hele
wereld. Maria vertrouwde in een mooie tijd en die heeft zij het meegemaakt.
Mogen wij allen aanvaarden de tijd van thuis blijven en vertrouwen op een
betere tijd. Maria is een voorbeeld voor ons in het vertrouwen voor een betere
toekomst. Amen.

Sebastian Gnanapragasam

 

24 maart

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (5, 1-18) aan:
Daarna was er een Joods feest, en Jezus ging naar Jeruzalem. In Jeruzalem is bij de
Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden. Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen; hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’ De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’

Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’ En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. Nu was het die dag sabbat. De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’ Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’ ‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze. Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren.

Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had. Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen hem optraden. Maar Jezus zei: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook.’ Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde.

Tijd en aandacht

In het evangelie lijkt het zo makkelijk: ‘Sta op, pak je mat en loop.’ In deze dagen zie ik de vele zieken, de ene mild, de andere in kritieke toestand in een ziekenhuis. En dan zijn er in ook nog al diegenen die voor een andere aandoening eigenlijk behandeling nodig hebben, maar waar nu geen tijd en aandacht voor is.

Eigenlijk willen we allemaal wel ‘ja’ zeggen op die vraag van Jezus of we gezond willen worden. We willen allemaal wel opstaan en ons gewone leven weer oppakken. Maar dat vraagt op dit moment vooral rust, en geen actie!
Wat mij intrigeert in het evangelie is het antwoord van de man op Jezus’ vraag of hij gezond wil worden. ‘Niemand wil mij helpen en er is altijd een ander voor…’ Het klinkt in mijn oren alsof de man alle hoop op genezing heeft opgegeven, alsof hij er eigenlijk ook helemaal niet in gelooft dat hij ooit nog een kans zou maken. Wat wil je ook, na achtendertig jaar. Ook wij vragen ons in deze dagen af: ‘Hoe lang nog (,Heer)!’

Sta op

Misschien is de kracht van Jezus dat Hij die zieke nieuwe eigenwaarde teruggeeft. ‘Sta op’  wordt dan meer dan letterlijk weer op je benen kunnen staan. Jezus geeft de man nieuwe moed, op een manier die de man niet verwacht had.

Daarbij leidt Jezus hem niet naar het water, Hij houdt zelfs anderhalve meter afstand, maar zet de zieke op een nieuwe plaats en op een nieuw levensspoor, zelfs tegen alle regels in. Omdat er genezen moet worden! ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door’, zo hoor ik Jezus zeggen. De mens boven de sabbat, iets wat zeker in deze dagen noodzakelijk zal zijn om ons te herstellen van de pandemie. Omdat de gewone regeltjes en omgangsvormen nu even niet meer werken, ja, zelfs averechts werken.

Twee benen op de grond

‘Sta op, pak je mat en loop’. Het is geen oproep tot naïef geloof dat God of Jezus alles wel kan doen. Het is eerder een oproep om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar om met twee benen op de grond alles in het werk te stellen om weer gezond te worden. Daar moet nu alles voor wijken. Moge de goede God ons daartoe nabij zijn!

GEBED

God van mensen,
het Coronavirus drukt zwaar op ons.
Het maakt mensen ziek,
het legt de hele samenleving stil,
het beknot ons in onze bewegingsvrijheid.
Wij bidden U: laat ons niet alleen,
werk mee aan een oplossing,
op uw eigen manier,
en bemoedig al uw mensen
om nieuwe wegen te gaan
tot bevrijding en vernieuwing.
Dat bidden wij U
in Jezus’ Naam.
Amen

Wim Vroom

 

Maandag 23 maart – week 4 van de veertigdagentijd

Het leesrooster van de RKKerk reikt ons vandaag deze lezing uit Johannes (4,43-54) aan:
“Na die twee dagen ging Hij vandaar naar Galilea. Jezus zelf had verklaard, dat een profeet in zijn eigen vaderstad niet in aanzien is. Toen Hij nu in Galilea kwam, ontvingen de Galileeërs Hem welwillend, omdat zij alles hadden gezien, wat Hij te Jeruzalem op het feest had gedaan. Zij waren immers zelf ook op het feest geweest. Zo kwam Hij dan wederom te Kana in Galilea, waar Hij van het water wijn had gemaakt.

Daar bevond zich een koninklijke beambte, wiens zoon te Kafarnaüm ziek lag. Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe en verzocht Hem, dat Hij mee zou komen om zijn zoon te genezen, want deze lag op sterven. Als gij geen wondertekenen ziet, zei Jezus tot hem, dan gelooft gij niet. Daarop zei de hofbeambte: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Jezus antwoorde: ‘Ga maar, uw zoon leeft.’

De man geloofde wat Jezus hem zei en ging heen. Zijn dienaars kwamen hem onderweg reeds tegemoet met de boodschap dat zijn kind leefde. Hij vroeg hun naar het uur waarop de beterschap was ingetreden, en zij zeiden hem: ‘Gisteren op het zevende uur is de koorts van hem geweken. Toen besefte de vader, dat het gebeurd was juist op het uur waarop Jezus gezegd had: ‘Uw zoon leeft’. Hij zelf en heel zijn gezin geloofden.
Dit tweede teken deed Jezus ook weer toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was.”

Licht van de wereld

We zijn op weg naar Pasen, het feest van Christus lijden, dood en verrijzenis. Afgelopen zondag konden diegenen die luisterden naar de internet-uitzending van de eucharistieviering in de parochie vanuit de H. Antonius Abt kerk in Loenen, in het evangelie Jezus horen zeggen ‘Ik ben het licht van de wereld’ (Joh. 9,5). Ervaarbaar werd dat door Jezus genezing van de blindgeborene. Vandaag in deze evangelietekst van Johannes zien we dat Jezus, Hij die het licht is en die de menselijke blindheid kan
genezen, ook de stervende mens geneest.

De tekenen die Jezus verricht, als we goed lezen, hebben niet te maken met iets spectaculairs, maar met innerlijke verandering die leidt naar het geloof in Hem. Jezus beproeft de hofbeamte eerst met de vraag of hij de wondertekenen ziet, of hij ze goed verstaat. De hofbeamte antwoordt met een geloofsvertrouwen in Jezus: ‘Heer, kom toch eer mijn kind sterft!’. Toen Jezus eerst het vertrouwen van deze hofbeamte gezien en gehoord heeft ‘Heer kom toch…eer mijn kind sterft’ is het antwoord van Jezus: ‘Ga maar, uw zoon leeft’. De tekst eindig met o.a. ‘Hij zelf en heel zijn gezin geloofden’
(53b).

Daad van geloof

In deze dagen nu wij bang zijn van de dreiging van de pandemie van het coronavirus, nu velen ziek en stervende zijn, is een daad van geloof zich met eigen stem, met eigen vragen en angsten tot de Levende Christus te richten.
Paus Franciscus is afgelopen zondag met een voorstel gekomen aan de leiders van alle christelijke kerken en alle christenen om op woensdag 25 maart om 12.00 uur samen tot God te bidden met het gebed Onze Vader dat Jezus zijn leerlingen geleerd heeft. Laten we ook meebidden!

Heer Jezus, met ons gebed,
met onze vragen en angsten komen wij tot U.
Kom toch en schiet ons te hulp nu zo velen ziek zijn,
nu ook onze bekenden sterven aan gevolgen van de ziektes
veroorzaakt door een virus waar voor nog geen medicijnen ontwikkeld zijn.
Heer kom toch met de genezende kracht van Uw Geest!
Mogen wij meer en meer in U kunnen geloven en
meer en meer uw woord gaan ervaren:
‘Ga maar… uw bekenden en vrienden leven!
Amen.

Ivan Kantoci